Hoe het allemaal begon...
Lang geleden, voordat de oma van je oma was geboren, was er een planeet genaamd Ardoerius. Hier woonden piraten, lolbroeken, avonturiers en allerlei dieren in harmonie samen. Iedere dag zorgden de bewoners van Ardoerius voor elkaar, de grote en kleinste dieren en de natuur. Op Ardoerius was het elke dag vakantie!
Totdat er op een dag iets ergs gebeurde….
Floris Flierefluiter, de vrolijke maar vergeetachtige tot leven gebrachte vogelverschrikker, had wel zin in een warm bad. Maar toen hij het bad liet vollopen herinnerde hij zich dat hij de stal van zijn trouwe paard open had laten staan! Vlug liep hij terug naar de stal om deze dicht te doen. “Zo, dat is dat, zei Floris, maar wat was ik nou aan het doen? Ach, als ik het niet meer weet, was het vast niet zo belangrijk!”
Nou, dat had hij dus mis! Floris was vergeten de kraan van het bad uit te zetten en daardoor bleef het water maar stromen en stromen! Het water stroomde zo hard dat eerst de boerderij van Floris overstroomde en daarna de rivier van Ardoerius! Langzaam stroomde de hele planeet onder.
Gelukkig waren daar het piratenschip en Hubbes, de wijze draak. “Vlug, aan boord!” riep Kris Ruigrok, de stoere piratenmeid. “Ieder die niet kan varen over zee, moet op mijn rug. Vlug! Vlieg mee!” riep ook Hubbes. Snel zochten de bewoners een plekje op het schip of de rug van Hubbes. Maar waar moesten ze nu heen?
Na dagenlang varen en vliegen in de sterrenhemel zei Duuntje de strandjutter plotseling: “Als ik me niet vergis, en dat doe ik niet zo snel, ruik ik de zee! Ja, ik weet het zeker!” Nog voordat hij uitgepraat was, spoelde de piratenboot aan op een strand. In de verte hoorden de bewoners van Ardoerius kinderen praten en lachen. “We weten niet waar we zijn, maar zo te horen is het hier zo slecht nog niet!” riepen Timmie en Teuntje vrolijk in koor. “Laten we dit nieuwe land ‘de Wereld van Ardoer noemen.” stelde Hubbes voor. Dat vond iedereen een goed idee. “We gaan hier vast heel veel nieuwe vriendjes maken”, zeiden Scheldo de Beer en Polleke Polder. “Zo mag ik het horen!” zei Hubbes,”En bovendien zeg ik altijd: Thuis is waar je hart ligt!”.
Zo vonden de bewoners van Ardoerius ieder hun eigen plekje in het nieuwe land. Ben je benieuwd waar dit nieuwe land is? Denk dan goed na, misschien is het wel dichterbij dan je denkt!